Meet The Expert

NIV-ALS-programma: de internist heeft de regie, ook in de Spoedzorg!

De internist heeft met haar brede en tegelijkertijd specialistische kennis laten zien dat zij hét aanspreekpunt is voor ouderen en chronisch zieke patiënten met complexe problemen. Daarnaast voeren we regie over patiënten die acute zorg behoeven door vanuit onze brede kennis snel te kunnen schakelen, overleggen en samen te werken met andere professionals.
De combinatie van zowel onze generalistische als specialistische kennis is essentieel om de toekomstige zorgvraag op te kunnen vangen.
De spoedzorg is van oudsher een belangrijk onderdeel van de interne geneeskunde. Een aanzienlijk deel van alle patiënten op de spoedeisende hulp wordt door de internist gezien en meer dan 80% van de opnames voor de interne geneeskunde vindt plaats via de SEH. Daarnaast wordt de internist voor urgente zorgvragen ook bij patiënten op de klinische afdelingen geconsulteerd.
De komende jaren wordt de rol van de internist in de spoedzorg steeds groter als gevolg van onder andere de dubbele vergrijzing, een toename in multimorbiditeit en polyfarmacie. Ook is acute zorg steeds vaker een ontregeling van de chronische aandoening: ‘acute on chronic’. Tot slot zien we dat door innovatieve therapieën (insulinepompen, immunotherapie, nieuwe antistollingsmiddelen) internistische expertise in de acute keten steeds noodzakelijker wordt.

Om de kennis en expertise die de huidige en toekomstige acute zorg van ons vraagt te behouden en te optimaliseren zijn reeds enkele ontwikkelingen in gang gezet. Zo zijn de acute zorg en ouderenzorg als lange leerlijnen opgenomen in de opleiding. Daarnaast is de aanrijtijd als achterwacht bij ALV-besluit op 30 minuten gesteld en is het volgen van de ABCDE-training voor basisartsen en AIOS interne geneeskunde verplicht geworden. Het Acute Boekje is daarbij voor alle artsen nog steeds een belangrijk hulpmiddel.
In aanvulling op deze ontwikkelingen en het soms al bestaande regionale cursusaanbod, beoogt de NIV de bekwaamheid van alle leden van de vakgroep, internisten en AIOS, op eigen locatie, in teamverband, in de spoedzorg te onderhouden met de NIV-ALS. De NIV-ALS is de internisten-versie van de bekende, internationale ALS training. Deze ABCDE-training is specifiek gericht op internisten en wordt verzorgd door internisten. In deze training leert u een uiterst praktische probleemgerichte methode om de acuut zieke patiënt op te vangen. Naar analogie van de MedicALS wordt getraind in groepsverbanden op eigen locatie. Uiteraard met accreditatie door de NIV.
Inmiddels heeft de eerste pilot NIV-ALS in Utrecht plaatsgevonden, al snel gevolgd door het Maasstad Ziekenhuis (Charlotte van Noord) en het Maastricht UMC+ (Patricia Stassen). Graag bespreken we met u de uitkomsten van deze pilots en hoe verder te komen tot een duurzame inbedding van deze internistische skills. De ambitie is om binnen twee jaar alle vakgroepen de mogelijkheid te bieden de training te volgen mocht een regionaal aanbod daar niet al in voorzien.

Namens de Werkgroep Spoedzorg en NIV-ALS,
Jan Baars, internist-hematoloog Flevoziekenhuis in Almere
Karin Kaasjager, internist acute geneeskunde in UMCU
Beiden al jaren gepassioneerde instructeurs en betrokken bij de eerste pilots.

Muziek als medicijn – Arthur Jaschke. Barbara van Leeuwen & Robbert Harris 

Most people would say they enjoy listening to (certain types of) music. But what do we actually know about what music does to us and can it be seen as medicine?
Live-performed music therapy and music-based interventions (that is musical intervention performed by a specialized and certified neonatal music therapist or a fully trained medical musician) is a novel intervention within the (Neonatal) Intensive Care Unit [(N]ICU). Patients experience multiple stressors, which may have adverse effects on brain development. Non-invasive interventions aimed at stress reduction may be beneficial to improve neurodevelopmental functioning, recovery time as well as general well-being, but whether live-performed music therapy has these effects is currently unknown.
Conclusively, music is not medicine, but it adds to a variety of treatment plans across several clinical populations.

Dr. Artur C Jaschke is Professor (Lector) music-based therapies and interventions at the department of Music Therapy at ArtEZ University of the Arts in Enschede the Netherlands, specialising in the interrelation of music, technology and brain maturation in clinical and non clinical populations as well as visiting researcher cognitive neuroscience of music at the Neonatal Intensive Care Unit at the University Medical Center Groningen. Additionally, he is visiting fellow clinical Neuromusicology at the VU University Amsterdam (The Netherlands) in the department of Clinical Neuropsychology.

Barbara Louise van Leeuwen, MD, PhD
Professor in Surgical oncology University Medical Center Groningen, The Netherlands. Research focus: The elderly surgical patient. Clinical research (both national and international) focusing on the surgery evoked inflammatory response and its detrimental effects. Related subjects include: the decision making process in the elderly surgical patient, preoperative risk stratification, prehabilitation, postoperative complications and telemonitoring of the elderly cancer patient. Preclinical research focusing on the surgery evoked inflammatory response and its detrimental effects, including neuroinflammation and postoperative cognitive decline.

Collaborative partners: LUMC, AMC, Prins Claus Conservatorium Groningen, NFK, NFU, Menzis, Zilveren Kruis, Eurecat, Danone, Hanzehogeschool (University of applied sciences) Groningen. Institute for Evolutionary Life Sciences, research institute within the Faculty of Mathematics and Natural Sciences of the University of Groningen (GELIFES).

Robbert Harris
Robert Harris studeerde piano aan de Southern Illinois University bij Ruth Slenczynska en aan het Conservatorium van Amsterdam bij Willem Brons. Hij studeerde Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde op een studie naar hersenactivaties bij improviserende en niet-improviserende musici: “The Cerebral Organization of Audiomotor Transformations in Music” (2017). Hij ontwikkelde Guided Audiomotor Exploration (GAME), een innovatieve pianomethode, die als interventie ingezet wordt bij een onderzoek van het UMCG (KNO) naar de effecten van muziekonderwijs op het gehoor en kwaliteit van leven van dragers van een cochleair implantaat. Harris werkt sinds 1995 als docent aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen en maakt deel uit van de Research Group Lifelong Learning in Music.

Echografie en FDG-PET/CT bij reuscelarteriitis: wat kunnen we ermee? – Udo Mulder, Dennis Boumans & Olivier Gheysens

Reuscelarteriitis (RCA) is de meest voorkomende vorm van systemische vasculitis van de (middel)grote arteriën. Van oudsher werd deze diagnose aangeduid als arteriitis temporalis, omdat de meerderheid van de patiënten zich met craniële klachten presenteert. Echter, een deel van de patiënten heeft (aspecifieke) extra-craniële klachten variërend van constitutionele symptomen zoals koorts en gewichtsverlies, klachten passend bij polymyalgia rheumatica of claudicatio van armen en benen. Aangezien de differentiaal diagnose van dergelijke klachten omvangrijk is wordt hierbij niet snel aan de diagnose RCA gedacht. De keuze en interpretatie van de aanvullende diagnostiek wordt geleid door het klachtenpatroon en de voorafkans op RCA. Waar vroeger het arteria temporalis biopt centraal stond, zijn er tegenwoordig non-invasieve beeldvormende technieken zoals de echografie en 18F-FDG-PET/CT-scan beschikbaar. In deze MTE sessie zullen wij u aan de hand van casuïstiek meenemen in het huidige diagnostisch proces van RCA en potentiële valkuilen hierbij.

Udo Mulder
Mijn naam is Udo Mulder. Ik ben als internist-vasculair geneeskundige werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ik ben gefascineerd door de immunologie van arterieel vaatlijden en richt mijn wetenschappelijk onderzoek en dagelijkse klinische werk op systemische autoimmuunziekte die gepaard gaan met vasculopathie en vasculitis, zoals het fenomeen van Raynaud, Systemische Sclerose en vasculitis van de middelgrote en grote arteriën. Ik zie het als een grote uitdaging om non-invasieve diagnostiek naar deze ziektebeelden te optimaliseren en daarmee breder beschikbaar te maken. Het vaatlab kan hierin een centrale rol spelen en biedt de internist een breed palet aan modaliteiten voor een snelle en relatief goedkope diagnostiek naar bovengenoemde ziektebeelden.

Dennis Boumans is reumatoloog in Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en is gefascineerd door reuscelarteriitis (RCA), inclusief de toepassing van echografie hierbij. RCA is het belangrijkste speerpunt van de vakgroep en de ambitie is om STZ-expertisecentrum voor RCA te worden. We ontwikkelen o.a. e-learnings, organiseren echografie workshops, zijn betrokken bij richtlijnontwikkeling en naast participatie in trials is er ook een eigen onderzoekslijn “vroege herkenning en diagnostiek bij RCA”. Tijdens de presentatie maakt u kennis met echografie bij RCA en wordt u geënthousiasmeerd om deze toepassing ook in uw eigen ziekenhuis te implementeren!

Olivier Gheysens
Olivier Gheysens is werkzaam als nucleair geneeskundige in het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc (UCLouvain, Brussel) en voorzitter van het Inflammatie en Infectie comité van de Europese Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (EANM).  Mijn klinisch werk en wetenschappelijk onderzoek is vooral gericht op het toepassen en optimaliseren van nucleaire beeldvorming (PET/SPECT) bij inflammatoire/infectieuze en cardiovasculaire aandoeningen zoals vasculitis/polymyalgia rheumatica,  sarcoidose en amyloidose. 

Ik vind het een uitdaging om de rol van PET-CT binnen het scala aan niet-invasieve beeldvormingstechnieken te duiden zodat PET-CT optimaal ingezet kan worden voor deze aandoeningen.

Medicinale cannabis: feiten en fabels – Heleen Kuijper-Tissot van Patot

Sinds 2003 is medicinale cannabis in Nederland op doktersrecept via de apotheek beschikbaar voor patiënten. Inmiddels maken hier per jaar zo’n 10.000 mensen, met verschillende aandoeningen, gebruik van. Het wordt onder andere toegepast als pijnstiller en als symptoombestrijder bij bepaalde vormen van epilepsie, MS en in palliatieve zorg.
Er is pas sprake van medicinale cannabis als deze volgens farmaceutische richtlijnen is geteeld, waarbij het eindproduct gegarandeerd vrij is van zware metalen, pesticiden en andere vervuiling. De samenstelling, net als bij gewone medicijnen, is altijd hetzelfde. De cannabis uit de coffeeshop, of afkomstig uit de illegale (thuis)teelt, is dat bijvoorbeeld niet.
Het is belangrijk dat de behandeling van patiënten die gebaat (kunnen) zijn bij het gebruik van medicinale cannabis, op een verantwoorde wijze en onder medische begeleiding plaatsvindt. Het is tijd om de feiten en fabels over medicinale cannabis op een rijtje te zetten!

Heleen Kuijper – Tissot van Patot 
Na Farmacie te hebben gestudeerd in Utrecht ben ik sinds 1995 werkzaam als openbaar apotheker. Optimale farmaceutische zorg met aandacht voor de patiënt is mijn passie. Het juiste geneesmiddel bij de juiste patiënt, professioneel advies aan zorgverleners en het ondernemerschap maken het vak van apotheker zo interessant en uitdagend.
Sinds de zomer van 2017 heb ik mij verdiept in medicinale cannabis. Het heeft geresulteerd in een samenwerking met Apotheek Cannabiszorg wat uiteindelijk Clinical Cannabis Care in Breukelen is geworden. Als apotheker ben ik verantwoordelijk voor productontwikkeling en advisering en scholing van artsen en apothekers.
In mei 2021 is het Instituut Medicinale Cannabis (IMC) opgericht met als doel de informatievoorziening over medicinale cannabis richting patiënten en voorschrijvers te verbeteren en de samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek te versterken. Binnen het IMC bestuur ben ik verantwoordelijk voor voorlichting en educatie, dit is een mooie kans om medicinale cannabis als belangrijke behandeloptie en de misverstanden bespreekbaar te maken.

Meet the Expert Nefrogeriatrie – Marjolijn van Buren & Angèle Kerckhoffs

Met welke (geriatrische) aspecten moeten we rekening houden bij voorbereiding op nierfunctievervangende therapie?
Het aantal ouderen met nierfalen groeit, waarbij momenteel het merendeel van nieuwe dialyse patiënten ouder dan 70 jaar is.
Deze patiëntengroep kenmerkt zich door multimorbiditeit, en een grote variatie in vitaliteit en uitkomsten na start dialyse. Daarnaast zijn behandeldoelen bij oudere patienten naast overleven vaker gericht op behoud van kwaliteit van leven waaronder bijvoorbeeld het zelfstandig functioneren
Nierschade en veroudering gaan vaak hand in hand, waarbij een hoge prevalentie van geriatrische kenmerken bestaat. Deze zijn niet altijd direct zichtbaar, maar hebben wel grote impact op de prognose na start dialyse of na een transplantatie en op het functioneren van de patient.
Meten = weten is ook in deze patiënten populatie van meerwaarde. Niet alleen om inzicht te krijgen in kwetsbaarheden en wensen ten aanzien van levensdoelen, maar ook om bijvoorbeeld de hoeveelheid informatie die tijden een voorlichtingstraject voor nierfunctie vervangende therapie in aangepaste vorm te kunnen aanbieden als bv de cognitie gestoord is.
In deze MTE sessie zullen we ingaan op de huidige kennis en ervaringen met nefrogeriatrische zorg, en de implicaties die dat voor de dagelijkse praktijk kan hebben.

Marjolijn van Buren
Ik ben in de jaren 90 opgeleid in Utrecht tot internist-nefroloog.
Vanaf 2000 werk ik in het HagaZiekenhuis, waarbij ik vooral de klinische nefrologie bedrijf, met speciale aandacht voor de oudere patiënt met nierfalen en patiënten met systeemziekten. In de begin periode in het Haga heb ik me vooral bezig gehouden met organisatorische aspecten van het vak, en later meer toegespitst op het opleiden van arts assistenten.

Vanaf 2013 heb ik een 1 dag per week aanstelling in het LUMC, waarin ik me heb toegelegd op het opzetten van wetenschappelijk onderzoek naar de oudere patiënt met nierfalen, waarbij diverse onderzoekscohorten (COPE, POLDER, DIALOGICA) zijn gestart.

Landelijk heb ik me jarenlang bezig gehouden met o.a. de organisatie van de Nederlandse Nefrologie Dagen, en zitting gehad in diverse adviesraden, besturen en richtlijn commissies.

Angèle Kerckhoffs
Opgeleid in Nijmegen als internist- nefroloog en in Utrecht als internist-ouderengeneeskunde, werkzaam in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, in Den Bosch.
Een specialist met patiënt specifieke aandacht voor de 4-assen (somatiek, psychisch, functioneel en sociaal) in de besluitvorming voor nierfunctievervangende behandeling.

De herkenning van de januskop van de afweerstoornis – Judith Potjewijd, Helen Leavis & Godelieve de Bree

De herkenning van de januskop van de afweerstoornis.
Een afweerstoornis hoeft zich niet altijd te presenteren als recidiverende infecties. Soms is de eerste presentatie juist auto-immuniteit of zijn er auto-inflammatoire kenmerken welke niet direct als zodanig worden herkend. Een afweerstoornis heeft dus verschillende gezichten. In deze workshop worden de verschillende aspecten belicht met enkele praktijkvoorbeelden, zodat u de januskop van de afweerstoornis beter leert herkennen.

Judith Potjewijd is werkzaam als internist-klinisch immunoloog in het MUMC te Maastricht. Zij is daar verantwoordelijk voor de afweerpoli, maar houdt zich daarnaast bezig met het gehele spectrum van auto-immuunziekten en auto-inflammatoire aandoeningen.

Helen Leavis is internist-immunoloog en gespecialiseerd in primaire immuundeficienties, autoinflammatoire ziektes en zeldzame immunologische aandoeningen. Ze is associate professor en opleider van de differentiatie allergologie-immunologie in Utrecht.

Godelieve de Bree is internist-infectioloog en klinisch-immunoloog in het Amsterdam Universitair Medische Centra (locatie AMC). Zij houdt zich onder andere bezig met de zorg voor patienten met primaire immuundeficienties.

Farmacogenetica: waar is het echt van toegevoegde waarde? – Teun van Gelder

Twintig jaar geleden werd voorspeld dat de afronding van het Human Genome Project een revolutie in de farmacotherapie teweeg zou brengen. Die revolutie heeft niet plaatsgevonden, ofschoon de KNMP inmiddels op basis van systematisch literatuuronderzoek voor tachtig gen-geneesmiddelcombinaties dosisadviezen heeft opgesteld. De kosten voor een genetische test zijn in de loop der jaren sterk gedaald, en de uitslagen is meestal binnen 1-2 weken bekend, en voor sommige enyzmen (TPMT, DPYD) al binnen enkele dagen. In deze presentatie worden verschillende geneesmiddelen besproken waarvoor genotyperen hetzij verplicht is, in richtlijnen geadviseerd wordt, of anderszins mogelijk van additionele waarde is.

Teun van Gelder studeerde Geneeskunde in Rotterdam, werd daar ook internist en volgde vervolgens de differentiaties nefrologie (Erasmus MC) en klinische farmacologie (Radboud UMC). Sinds 1 december 2019 is hij werkzaam in het LUMC, waar hij per diezelfde datum is benoemd tot hoogleraar in het vakgebied Klinische Farmacologie, in het bijzonder Geneesmiddelontdekking en -ontwikkeling. “Academic Pharma” zal fungeren als een stimulans voor hoogstaand en innovatief biomedisch onderzoek, als basis voor nieuwe (aangrijpingspunten voor) geneesmiddelen. De focus zal in eerste instantie gericht zijn op geneesmiddelen die voor het bedrijfsleven minder interessant zijn, vanwege een zeldzame ziekte (met kleine doelgroep) of een verlopen patent.

Twijfel is geen prettig gevoel – Marjolein Hamer

Twijfel is geen prettig gevoel. Je voelt je het liefst zeker en overtuigd over je keuzes en beslissingen. Dat voelt rustig en houdt het leven op orde. Twijfelen heeft ook een andere kant. Als je twijfelt denk je goed na, maak je afwegingen, onderzoek je verschillende opties en sta je open voor input van anderen: Het Voordeel van de Twijfel. Twijfelen maakt dat je steeds opnieuw in staat bent je koers te verleggen en gebruik te maken van voortschrijdend inzicht.

Zo is er vanaf het moment dat je de keuze maakte voor je opleiding tot nu van alles veranderd in de context van je werk en/of heb je zelf een bepaalde ontwikkeling doorgemaakt, waardoor je wellicht twijfelt over de keuze die je gemaakt hebt. Je bent je meer bewust geworden van wat voor jou van waarde is en misschien wringt dit met hoe je leven is en wordt als internist. Je vraagt je af hoe je dit alles kunt combineren, misschien ook met een relatie en eventueel kinderen. Je hebt daarnaast te maken met krapte op de arbeidsmarkt en vindt het lastig om hierop te anticiperen. Binnen de volheid en het tempo van de opleiding is er weinig tijd en ruimte om hierbij stil te staan. Deze workshop biedt ruimte om dit wel te doen.

Majolein Hamer is coach/trauma therapeut en werkt vanuit haar eigen bureau voor verschillende organisaties (preventie vanuit de Movir (Mentavitalis) en als coach in het netwerk van Challenge & Support) en bedrijven. Ze coacht hier o.a. huisartsen en specialisten. Daarnaast geeft ze lezingen en workshops over omgaan met trauma, wilskracht en discipline, teamontwikkeling, regie in werk en leven (o.a. gebaseerd op de Benedictijnse Leefregel) en zelfzorg. In alle trajecten gaat het om het organiseren van veerkracht; leren leven in een goed ritme van inspanning en ontspanning.
Haar workshops hebben een kleinkunstige ondertoon waardoor deelnemers op een lichte manier inzichten krijgen die nog lang bijblijven.

Is lactaat de oorzaak of het gevolg van hyperventilatie? – Tom Brinkman & Sharif Pasha

Is lactaat de oorzaak of het gevolg van hyperventilatie? Hoe zorgt metformine voor een lactaatacidose? En wat is de invloed van alcoholgebruik? Zowel bij een sprint als septische shock ontstaat een lactaatacidose. Lactaat zelf is dus niet het probleem, het is de onderliggende ontregeling. Lactaatacidose associëren we allemaal met verminderde weefselperfusie, maar de oorzaak van een verhoogd lactaat is lang niet altijd meteen duidelijk. Aan de hand van verschillende casus wordt op basis van het pathofysiologisch mechanisme onderscheid gemaakt tussen de bekende en minder bekende oorzaken van lactaatacidose. Een zure sessie dus, maar wel met handvaten om voortaan altijd anders naar dit melkzuurrest te kijken!

Tom Brinkman is AIOS interne geneeskunde in het Haaglanden Medisch Centrum Den Haag met affiniteit voor infectieziekten en acute geneeskunde. Na zijn studie heeft hij een periode in Suriname gewerkt op de SEH en IC in Paramaribo. Sinds een aantal jaar werkt hij als arts-assistent interne en ALS-instructeur op locatie Westeinde in de binnenstad van Den Haag, waar regelmatig een lactaatacidose binnenwandelt.

Sharif Pasha is internist acute geneeskunde. Hij is gepromoveerd op arteriële en veneuze trombo-embolieën. Tijdens zijn opleiding heeft hij werkzaamheden verricht als associate editor van the Netherlands Journal of Medicine en 4DAM. Sinds 2018 gaat hij in het Haaglanden Medisch Centrum te Den haag bijna dagelijks de strijd aan met lactaat.

De ins en outs van antidota – Jonathan Coutinho & Saskia Middeldorp

Directe orale anticoagulantia werden in 2012 geïntroduceerd vanwege het lagere bloedingsrisico ten opzichte van vitamine K antagonisten, maar zonder dat er antidota voor DOACs beschikbaar waren. Inmiddels ziet de wereld er anders uit en zijn er specifieke antidota beschikbaar voor zowel de orale trombineremmer als de factor Xa remmers. Toch is er de nodige discussie over de inzet van deze middelen bij patiënten met ernstige bloedingen of noodzaak tot spoedingrepen. In deze sessie bespreken Dr Jonathan Coutinho, neuroloog en Prof Saskia Middeldorp, internist-vasculaire geneeskunde aan de hand van casuïstiek de ins en outs van antidota. Wanneer zijn deze nodig en hoe zet je ze effectief in? En welke wetenschappelijke kennishiaten zijn er nog?

Jonathan Coutinho is a stroke neurologist from Amsterdam University Medical Centers, the Netherlands. He attained his PhD in 2014 at the University of Amsterdam and completed a post-doctorate research fellowship at the University of Toronto from 2014-2015. As a staff neurologist at Amsterdam UMC, he combines clinical work with academic research. His research focuses are diagnosis and treatment of acute ischemic stroke, and cerebral venous thrombosis. He has (co-)authored >130 paper in peer-reviewed medical journals. He lives in Amsterdam with his wife and two kids.

Saskia Middeldorp
Professor dr. Saskia Middeldorp is internist-vasculaire geneeskunde en sinds 2021 hoofd van de Afdeling Interne Geneeskunde in het Radboudumc in Nijmegen. Daarvoor was zij sinds 2010 hoogleraar Trombose en Hemostase aan de Universiteit van Amsterdam. In Amsterdam UMC, locatie AMC leidde zij de klinische trombose en hemostase onderzoekslijnen, met focus op vrouwen en kwetsbare populaties, erfelijke en verworven trombofilie, en de klinische evaluatie van anticoagulantia. In 2016 ontving zij de Ham-Wasserman plenary lecture and award “In Recognition of Pioneering Work in Inherited Thrombophilia” van de American Society of Hematology.

Nieuwe Nederlandse hemochromatose richtlijn – Alexander Rennings, Esther Jacobs & Eduard Beers

Esther Jacobs
Dr. Esther MG Jacobs is gepromoveerd op familie onderzoek bij hemochromatose patiënten. Ze is de afgelopen jaren werkzaam geweest in het Elkerliek ziekenhuis als internist/ hematoloog en heeft in die hoedanigheid patiënten met hemochromatose behandeld. Ze is namens de NVvH lid geweest van de richtlijncommissie hereditaire hemochromatose. Sinds 1 juli 2021 is ze werkzaam bij Proteion met als aandachtsgebied de palliatieve zorg.
In de meet the expert bespreek ik de nieuwe Nederlandse hemochromatose richtlijn. De definitie van de hemochromatose besproken in de richtlijn, hoe deze diagnose te stellen, wat de valkuilen daarbij zijnen hoe je dit ziektebeeld behandelt.

Alexander Rennings
Dr. Alexander J.M. Rennings is internist in het Radboudumc. Hij heeft een achtergrond als klinisch-farmacoloog en vasculair geneeskundige. De laatste 10 jaar heeft hij zich toegelegd op erfelijke stofwisselingsziekten en hemochromatose. Dat laatste is een onderdeel van het expertisecentrum ijzerstofwisselingsstoornissen van het Radboudumc. Vanuit die ervaring was hij voorzitter van de richtlijn commissie hereditaire hemochromatose waarvan het eindresultaat in 2019 verscheen. Door zijn interesse op ijzergebied en de expertise in het Radboudumc heeft hij ook regelmatig een adviserende rol bij patiënten met onbegrepen ijzergebrek en problemen bij ijzersuppletie.

IJzertekort
IJzertekort komt veel voor maar is niet altijd makkelijk te herkennen. Inflammatie, maagzuurremmers en bariatrische chirurgie maken de behandeling ook niet eenvoudiger. En waar en bij wie slaat de balans van te kort al snel om in te veel?.. Tijd voor een opfrisser.

Dr. Eduard J van Beers
is hematoloog aan de Van Creveldkliniek, centrum voor benigne hematologie, Universitair Medisch Centrum van Utrecht. Hij werd opgeleid in geneeskunde aan de Universiteit Leiden en voltooide zijn opleiding hematologie aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, Nederland. In 2008 ontving hij de J.C. Roos Award voor het beste proefschrift in de interne geneeskunde in Nederland voor zijn proefschrift over orgaanschade bij sikkelcelziekte. Van 2012 tot 2013 werkte hij op de afdeling Hematologie van het NIH, NHLBI, Bethesda USA, aan de ontwikkeling van Sickle Imaging Flow Cytometry Assay (SIFCA) onder toezicht van dr. Gregory Kato. Dr. van Beers heeft zich gespecialiseerd in zeldzame erfelijke hemolytische ziekten, zoals pyruvaatkinase-deficiëntie en sikkelcelziekte. De Van Creveldkliniek is door de Nederlandse minister van volksgezondheid benoemd als nationaal expertisecentrum voor behandeling en onderzoek naar zeldzame bloedarmoede. (zie www.eurobloodnet.eu) De belangrijkste focus van zijn onderzoek is de documentatie van orgaanschade veroorzaakt door chronische hemolyse, bloedarmoede en ijzerstapeling en identificatie van de betrokken pathofysiologische routes samen met de ontwikkeling van nieuwe behandelingsopties.

Straatdokter Marcel Slockers vertelt

Bijna 40.000 dak- en thuislozen in Nederland leven 11-16 jaar korter. Ze hebben in een korter leven veel meer ziekte en aandoeningen dan andere Nederlanders. De Nederlands Straatdokter Groep helpt dak- en thuislozen en doet onderzoek (zie www.straatdokter.nl). We proberen -samen met daklozen- lessen van de straat te geven aan professionals. Straatdokters zijn geconfronteerd met de heroïne en later de cocaïne epidemie. Daklozen hebben veel infectie ziekten zoals HIV, tuberculose en hepatitis C. Ook hebben ze veel verslavingen en zorgmijdingsgedrag zodat diabetes en nier ziekten voor veel complicaties zorgen. Bijna 30% van de daklozen heeft een verstandelijke beperking en velen hebben psychiatrische problemen. Ze hebben niet alleen een moeilijk leven maar ook vaak een moeilijke dood omdat palliatieve sedatie moeizaam werkt bij middelen misbruik.

Marcel Slockers is huisarts en straatdokter sinds 1983.
Hij is als straatdokter verbonden aan CVD-Havenzicht. In deze daklozen opvang is ook een verpleegafdeling voor 20 zieke daklozen. Hij is gastdocent bij het EMC en doet onderzoek naar sterfte, ziekte en toegang tot zorg bij dak en thuislozen. Als blogschrijver is hij verbonden aan www.medischcontact.nl

Niet-genezend ulcus aan de onderste extremiteit, er is meer dan diabetes.

Voetenteams zien vooral patiënten met diabetische voetulcera veroorzaakt door biomechanische afwijkingen, neuropathie en vasculopathie. Complexe ulcera worden echter soms door andere aandoeningen veroorzaakt zoals vasculitis, cryoglobulinemie, calcifylaxie, pyoderma gangrenosum, e.a. Het multidisciplinaire voetenteam in Isala te Zwolle presenteert 3 casussen die de multifactoriële oorzaken en behandeling van niet-genezende voetulcera illustreren.
Is het Isala ziekenhuis in Zwolle bestaat het team uit een vaatchirurg, internist, dermatoloog, revalidatiearts, diabetespodotherapeut, wond¬verpleeg¬kundige en gipsverbandmeester. Er een samenwerking met meerdere schoentechnici.

De teamleden die komen presenteren zijn werkzaam in het Isala ziekenhuis te Zwolle:
Evelien Harink, VS wond expertise centrum (WEC) | Leonie Rosien, diabetespodotherapeut | Jacques Oskam, vaatchirurg | Jan Evert Heeg, internist-vasculaire geneeskunde